Het Steenwijks Ontzet vond plaats op 23 februari 1581, nadat Spaanse troepen de stad vanaf 18 oktober 1580 hadden belegerd onder leiding van George van Lalaing, graaf van Rennenberg.
De belegering had dus ruim vier maanden geduurd.  Steenwijk is daarmee een van de weinige steden, die na Alkmaar en Leiden, de Spanjaarden buiten de stadswallen wist te houden.
Een heldenrol was weggelegd voor hopman Johan van den Kornput die zowel de moed erin wist te houden bij de 800 soldaten die in de stad waren belegerd als bij de bevolking. Een deel van de bevolking en de magistraat van Steenwijk waren geneigd het op een akkoordje met de Spanjaarden te gooien, zodat men weer over kon gaan tot de orde van de dag. Van den Kornput hield voet bij stuk en gaf zich niet over.
Ook voor de Spanjaarden duurden de vier maanden belegering lang. Het was vaak slecht weer met veel regen en vorst. De Spaanse soldaten werden zeer onregelmatig betaald en dat leidde tot onrust en muiterij. Uiteindelijk zag de Spaanse bevelhebber, graaf van Rennenberg, het hopeloze van zijn beleg in en trok hij zich met 6.000 manschappen terug in de nacht van 22 op 23 februari 1581.